Een gedachtenexperiment

Is ongelijkheid de volgende game changer in het bedrijfsleven?

Een gedachtenexperiment

In het afgelopen decennium is klimaatverandering van hobby voor CEO’s, een game changer geworden in het bedrijfsleven. Tien jaar geleden, in de tijd dat o.a. Al Gore met zijn film An Inconvenient Truth kwam, waren er al diverse CEO’s en bedrijven die het belang van deze trend voor het bedrijfsleven zagen. Tegelijk klonk er ook vaak kritiek op hun mooie visies en plannen. Konden deze CEO’s zich niet beter concentreren op de prestaties van hun bedrijf? Was het oplossen van maatschappelijke problemen niet primair een rol van de overheid? En zouden deze “early movers”, als de echte omwenteling aanstaande was, zo weer in worden gehaald? Tien jaar later is dit geluid verdwenen. ‘s Werelds grootste investeerders hebben inmiddels het doorlichten van hun portefeuilles op “klimaatrisico” topprioriteit gemaakt. In de energiesector is duidelijk geworden dat miljarden zijn verdampt door late investeringen in “stranded assets” zoals kolencentrales en moeten diverse leidende bedrijven vechten voor hun overleving. Dit roept de vraag op: wat is de volgende game changer?

Eén van de kandidaten is wat mij betreft ongelijkheid. Recent is er in de media, politiek en economische wetenschap steeds meer aandacht gekomen voor de groeiende ongelijkheid. Soms wordt dit versmald tot inkomens, maar in feite gaat het om een veel bredere kloof in de samenleving die zich ook manifesteert als het bijvoorbeeld gaat om werk en zekerheid, opleiding, wonen en zorg. Inmiddels heeft het thema zich ook genesteld in de agenda’s van de progressieve CEO’s, bijvoorbeeld op hun jaarlijkse brainstorm tijdens het World Economic Forum in Davos. Maar ook de Boston Consultancy Group schreef recent een rapport om het bedrijfsleven te wijzen op de relevantie. Tijd voor een gedachtenexperiment: wordt ongelijkheid de volgende game changer in het bedrijfsleven?

Argumenten voor:

  • Groot maatschappelijk ongenoegen: naast focus op immigratie als bedreiging is de recente groei van het politiek populisme sterk verbonden met ongelijk verdeelde kansen en uitkomsten tussen de “elite” en de rest. De linkse sociaal economische paragrafen in de verkiezingsprogramma’s van populistische partijen, maar bijvoorbeeld ook het brede verzet tegen vrijhandelsakkoorden geven aan dat het ongenoegen sterk verbonden is met de inrichting van de economie en ongelijkheid in dat opzicht
  • Trends versterken ongelijkheid: er is een breed gedeeld beeld dat trends zoals robotisering en automatisering op de middellange termijn de kansen voor de middenklasse in de samenleving negatief beïnvloeden. Daarnaast laten recente cijfers ook zien dat de groeiende flexibilisering op de arbeidsmarkt vooralsnog ook doorzet. Opgeteld is het aannemelijk dat de ongelijkheid zonder een koerswijziging voorlopig zal blijven groeien
  • Verborgen economisch potentieel: recent is er in de economische wetenschappen meer aandacht gekomen voor ongelijkheid. Bijvoorbeeld Piketty kreeg veel aandacht voor zijn indrukwekkende data analyse van vermogensongelijkheid en stelling dat die voorlopig steeds groter zal worden. In deze context nog relevanter is dat andere economen zoals Joseph Stiglitz en Richard Wilkinson laten zien dat ongelijkheid ook slecht is voor de economische groei. Er liggen dus belangrijke economische kansen als we er in slagen een meer inclusieve weg in te slaan qua economische groei
  • Gebrek aan innovatieve aanpak: één van de grote veranderingen als het gaat om de “groene” kant van duurzaam ondernemen is dat bedrijven de afgelopen jaren zijn gaan innoveren op dit gebied. Het is geen kwestie van compliance en kosten meer, maar een kwestie van kansen en concurrentievoordeel. Aan de “sociale” kant zien we echter nog vooral een focus van bedrijven op voldoen aan wetgeving en reageren op de wensen van de sociale partners. Dat maakt een voortvarende aanpak van deze uitdaging minder realistisch. En gebrek aan een voortvarende aanpak is weer een goede voedingsbodem voor disruptieve innovatie en verrassende transities

Tegenargumenten:

  • Het valt hier / in de EU best wel mee: Nederland en de meeste West-Europese landen hebben een stuk minder grote inkomensongelijkheid als bijvoorbeeld het VK en de VS. Bovendien zit er ook geen duidelijke groei in de inkomensongelijkheid in Nederland. Ondanks dat we de sociale zekerheid deels hebben afgebouwd, hebben we ook nog steeds veel gedeelde zekerheden in onze samenleving. Valt het dus toch wel mee? Dat hangt er vanaf waar je naar kijkt. Het is denk ik terecht dat veel experts erop wijzen dat de groeiende ongelijkheid in Nederland zich eerder manifesteert in zekerheid dan in inkomen. Door de rap doorzettende flexibilisering groeien hier de verschillen in zekerheden tussen de onderkant en bovenkant van de arbeidsmarkt sterk. En ook qua inkomen doen flexkrachten het overigens gemiddeld ook significant slechter dan vaste krachten, aldus het CBS
  • Minder scherpe afgrond dan groene issues: een kenmerk van de groene duurzaamheidsissues is dat ze veroorzaakt worden door natuurverschijnselen. Dat maakt het duidelijk dat niet aanpassen op termijn geen optie is. Het is meer een kwestie van wanneer en op wiens kosten. Op een gegeven moment is de olie gewoon op. Aan de sociale kant is dat minder duidelijk. Uitbuiting en ongelijkheid bestaat al zolang als de mens bestaat, waarom zou dat nu ineens catastrofale gevolgen hebben of tot een omwenteling leiden?
  • Gebrek aan draagvlak voor collectieve actie onder werknemers: individualisering heeft onder andere geleid tot afbreuk van het draagvlak voor de vakbonden. Gebrek aan krachtig tegenspel maakt maatschappelijke innovatie ingewikkeld voor bedrijven. De vraag is of er nieuwe perspectieven voor de vakbeweging of wellicht een nieuwe vorm van collectieve actie (gaan) ontstaan?
  • Politiek lost het op?: van links tot rechts spraken de politieke partijen over het belang van nieuwe zekerheid tijdens de afgelopen verkiezingscampagne. Je zou kunnen stellen dat de oplossing van de ongelijkheid door de politiek zal worden geregeld. De poging van het vorige kabinet om een belangrijke stap te zetten met de wet WWZ wordt echter vrij breed gezien als minder succesvol. De vraag is of wetgeving, zonder tegelijkertijd een verandering van de mindset en business modellen in het bedrijfsleven überhaupt zal leiden tot een doorbraak

Wat denkt u?

Wat mij betreft is de vraag voor het bedrijfsleven of ongelijkheid hoger op de strategische agenda zou moeten in het bedrijfsleven. Ik ben benieuwd welke afweging u of jij maakt op basis van bovenstaande of nog andere argumenten. Reacties zijn welkom!


Gerbert Hengelaar

Lees meer over: